Oops! It appears that you have disabled your Javascript. In order for you to see this page as it is meant to appear, we ask that you please re-enable your Javascript!

Stappenplan werkstuk maken voor school (werkstukken schrijven)

Lees en leer hier hoe je zelf werkstukken kunt maken voor school zodat je zelf ook een mooi en netjes werkstuk kunt maken. Een handig stappenplan helpt je met het maken van de indeling van de werkstukken. Zo is je werkstuk altijd goed en krijg je er vast een hoog cijfer voor.

Onderwerp zoeken voor je werkstuk

Als eerste moet je een geschikt onderwerp zoeken. Meestal krijg je op school te horen welke richting je op moet, zoals bijvoorbeeld een werkstuk voor aardrijkskunde, geschiedenis of biologie. Kies een onderwerp dat je zelf interessant vind, of waar je al veel over weet. Let wel op of er genoeg informatie over het onderwerp te vinden is. En als je onderwerp te algemeen is moet je een bepaald aspect pakken van dat onderwerp.

Bijvoorbeeld als je een werkstuk wilt maken over Afrika, kan je bijvoorbeeld kiezen voor de natuur in Afrika, de geschiedenis van Afrika of de cultuur in Afrika. Zoek informatie over je onderwerp op het internet, of eventueel in bibliotheekboeken of tijdschriften en kranten. Lees alle informatie goed door en noteer de onderwerpen waarover je het wil hebben. Als er zoveel informatie over een bepaald onderwerp te vinden is dat je niet meer weet waar je moet beginnen, stel dan een aantal vragen op over het onderwerp waarop je een antwoord wilt. Zo kun je gerichter zoeken.

De voorkant van je werkstuk

Bedenk een titel voor je werkstuk die precies aan geeft waar het werkstuk over gaat. Eventueel kun je ook een korte titel noemen en in een zin eronder een uitgebreidere beschrijving geven. Deze titel komt op de voorkant van je werkstuk te staan, samen met een of meerder plaatjes of foto’s die je werkstuk er mooi uit laten zien. Ook je naam en eventueel klas en datum kun je op de voorkant kwijt.

De inhoudsopgave van je werkstuk

Na het voorblad komt meestal de inhoudsopgave. Alle hoofdstukken die je hebt komen hier straks te staan met het nummer van de pagina er achter.

De inleiding van je werkstuk

In de inleiding schrijf je kort waar je werkstuk over gaat en welke onderwerpen er komen. In de inleiding leg je de vragen voor waarop je antwoord gaat geven in de komende hoofdstukken. De inleiding is meestal niet meer dan ene half A4-tje.

De hoofdstukken van je werkstuk

De hoofdstukken bevatten de echte inhoud van je werkstuk. Het handigste is om voor dat je begint met schrijven eerst de hoofdstuk indeling te maken, in plaats van andersom. Lees de informatie en probeer dan in eigen woorden de tekst te schrijven. Om dit goed te kunnen doen moet je snappen waar de tekst over gaat. En dat is precies waar het maken van een werkstuk om gaat: zelf informatie opzoeken en het begrijpen en dan weer aan iemand anders kunnen vertellen. De hoofdstukken kun je opdelen in alinea’s, eventueel elk met een eigen kopje. Dit hangt er vanaf hoe lang de tekst is. Gebruik waar nodig voorbeelden om iets uit te leggen.

De conclusie of samenvatting van je werkstuk

In de conclusie of samenvatting geef je een antwoord op de vragen die je gesteld hebt in de inleiding. Ook kan je een korte samenvatting geven van wat er besproken is in de voorgaande hoofdstukken. De conclusie is meestal niet meer dan een half A4-tje.

Het slotwoord van je werkstuk

In het slotwoord kun je je eigen mening kwijt. Je kunt vertellen wat je geleerd hebt en hoe je het vond om aan het werkstuk te werken. Ook kun je eventueel nog iemand bedanken. Niet in elk werkstuk hoeft een slotwoord.

Bronvermelding van je werkstuk

Tot slot moet je in de bronvermelding alle bronnen die je gebruikt heb noemen. Zet hier alle internetpagina’s, kranten, tijdschriften en boeken neer. Als je iemand ge├»nterviewd hebt kun je de naam van die persoon hier neerzetten.

Uiterlijk en laatste dingen

Als je alle tekst klaar hebt, controleer dan de hele tekst op spelling en grammatica fouten. Meestal doet je tekstverwerker dit al. Kies een geschikt lettertype en lettergrootte. Doe de titels bijvoorbeeld vetgedrukt. Zoek plaatjes of foto’s om de tekst te verduidelijken en je werkstuk mooier te maken. Pas als alles goed is print je alle pagina’s uit. Doe de pagina’s in een mooi mapje zodat de pagina’s niet kreuken en je werkstuk er netjes uit ziet.

Leave a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.